Ernst van den Hemel

Published: 2/11/2011

Tags: history essay performing arts politics untimely movie

Balkan (= oorlog) [1] – Begrip dat als een zwartepiet wordt doorgegeven van land tot land, beginnend bij het oosten van Oostenrijk, waar verloederde gebouwen en naar verluidt losse zeden voor ons al ‘Balkanachtig’ aandoen, naar Slovenië, waar de Slovenen zelf vinden dat zij meer bij Midden-Europa horen dan bij de Balkan, om te eindigen bij de Roma (die overal kunnen zijn) en de grens met Turkije (die de overgang inluidt naar een volgend stereotype).

‘Balkan’ is dus geografisch moeilijk te duiden en betekent vooral: het chaotische, gevaarlijke, ongeordende, ongeremde. Dit stereotype leidt tot gebrek aan communicatie en inlevingsvermogen. De receptie van de oorlog op de Balkan is hiervan het ultieme bewijs. Zo wordt deze oorlog vaak in nogal westerse termen beschreven: op nog geen dag rijden van Wenen veranderde het ‘nooit-meer-Auschwitz’-Europa dankzij de duistere Balkan in het ‘pianospelende’ Europa van overste Karremans. In diens toast met Ratko Mladic bij Srebrenica, voor iedereen zichtbaar op de televisie, voltrok zich publiekelijk datgene waarvan heel de Europese cultuur gezworen had dat het nooit meer mocht gebeuren. De Balkan als opvoering van een Auschwitzcomplex: de confrontatie van Karremans met de typische Balkanman (brede nek, onbehouwen, rakia) is de archetypische confrontatie van een krachteloze maar goedbedoelende internationale gemeenschap met een ongebreideld gewelddadige cultuur die ook nu nog geduid wordt als duistere, liever niet in de EU op te nemen tegenpool. Dit Balkan van de Ander bestaat middels een aantal beelden, die nood hebben aan tegenbeelden.


godot

Beeld 1: In ’93 voerde Susan Sontag Waiting for Godot op in Sarajevo. Het was een mediagenieke metafoor van de situatie van de belegerde stad. Sontag: ‘The cast and I tried to avoid jokes about waiting for Clinton but that was very much what we were doing.’ Godot slaat op de NAVO en de wachtende Vladimir en Estragon op de bevolking van Sarajevo. Een een-op-een-uitdrukking van leed, zonder de minste zweem humor. Opvallend aan Sontags beschrijving van de opvoering is hoe de bevolking van Sarajevo wordt neergezet als tot trieste woestelingen vervallen slachtoffers, in de steek gelaten door Clinton. Terwijl Beckett humor inzet om in het falen een menselijke ontlading voelbaar te maken, ontbreekt deze dimensie in Sontags versie totaal. De monddode passieve Balkaninwoner wacht op de ordebrengende Clinton, wiens afwezigheid geconstateerd moet worden door de speciaal daartoe afgereisde Sontag. Als Clinton niet komt, noemt men dat postmodernisme.

Beeld 2: Of de Balkan is juist wel humoristisch, zoals in de films van Kusturica. Wild, seksueel, irrationeel gewelddadig, en dus, indien niet goed bewaakt, gevaarlijk, maar vooral burlesk. ‘Here, hold my gun while I fuck your wife’ (uit te spreken met zwaar accent, op de achtergrond accordeon en omvallende drinkebroers). De films van Kusturica – een goed voorbeeld is Underground uit ’95 – lijken een ongebreideld Balkanvitalisme te vieren. Het vieren van deze wildheid heeft dan als doel het bleke geordende westen te wijzen op wat het niet bezit. Ook al is Kusturica zelf afkomstig van de Balkan, zijn films zijn onderdeel van een oriëntalisme dat vooral een westerse oppositie tussen orde en wanorde, ratio en irrationaliteit in stand houdt. Het gevolg van dit beeld is een aanhoudende hipheid van Balkanfeestjes met rakia en ‘zigeunermuziek’.


ikar

Tegenbeeld 1: Op een plein in Sarajevo staat een gigantische reproductie van een conservenblik, zoals er talloze Sarajevo ingevlogen werden door de internationale gemeenschap (tot de NAVO in ’95 besloot dat het belegeren en uitmoorden van de bevolking van Sarajevo toch niet helemaal in orde was). Deze hulp was broodnodig, maar bestond soms uit rot voer, overgebleven uit de tijd van de oorlog in Vietnam, soms uit ‘icar beef’ (een oneetbaar soort cornedbeef) of zelfs uit varkensvlees. [2] Het conservenblik staat zowel voor de voedselhulp die het de bevolking van Sarajevo mogelijk maakte te overleven, als voor de schoffering die deze voedselhulp betekende voor de bevolking, voor een groot gedeelte moslims. Maar het kunstwerk weigert eenduidig te verheerlijken of te dramatiseren. Onderschrift van de replica van het conservenblik luidt: ‘Monument voor de internationale gemeenschap, van de dankbare burgers van Sarajevo’.

Tegenbeeld 2: Gedurende de oorlog schreef Nenad Velickovic romans (Lodgers uit ’95; Death in Sarajevo werd officieel gepubliceerd in ’96) waarin juist humor voor steun in de loopgraven zorgde. In Sahib (2002) gaat Velickovic ook na de oorlog de strijd aan met eenduidigheid. Zo vinden we in deze roman de volgende passage: een medewerker van de internationale gemeenschap, in Bosnië gestationeerd om westerse economische maatregelen te implementeren (want Clinton is ondertussen gekomen), denkt na over de toekomst van Bosnië en suggereert om ‘landmijntoerisme’ te ontwikkelen: ‘Aan de ene kant is het een land waarvoor toerisme de enige toekomst is. Aan de andere kant liggen er miljoenen landmijnen, wat ervoor zorgt dat geen enkele toerist het ooit in zijn hoofd zal halen hier naartoe te komen. Maar wat als we nu eens geen wintersport proberen te verkopen, maar mijnen! Klinkt best goed, vind je niet? Landmijntoerisme. Stel je voor dat we ze een landmijnsafari aanbieden. In plaats van te jagen (dat is namelijk erg politiek incorrect), laten we ze mijnen opruimen. Eerst een week cursus en dan tien dagen op pad: adrenaline, gevaar, frisse lucht, mijnen, wilde aardbeien, mijnen, bronwater, mijnen, forel vers uit de rivier, mijnen, lokale zuivelproducten, mijnen, rakia, mijnen, oosterse lekkernijen, mijnen, bospaddenstoelen, mijnen […]. En elke toerist heeft het driewerf naar zijn zin: hij geniet van al het moois dat Bosnië-Herzegovina te bieden heeft, hij zet elke dag zijn leven op het spel, en dat alles ook nog eens in het kader van een nobele, humanitaire missie.’ [3]

Clinton kwam, met rot vlees, wapens en daarna economisch kolonialisme. Maar tegenover de zwijgende slachtoffers van Sontag en de dionysische anti-Europeanen van Kusturica staan tegenbeelden, als een verbluffend heldere ondermijning van en inzicht in de westerse beelden. Laat die tegenbeelden voor ons de Balkan zijn.

 

[1] ‘Every state needs its own Balkans’ – Slavoj Žižek 

[2] In The New York Times van 28 juli ’92 komen de piloten aan het woord die voedselpakketten Sarajevo invlogen: ‘a second crew member advised his mates that if there was any gunfire, they should hide behind the cargo of prepared meals: “Any bullet that hits one of those processed pork patties will stop dead,” he said.’

[3] Sahib verschijnt binnenkort in Engelse vertaling, deze Nederlandse vertaling is gemaakt op basis van door de auteur ter beschikking gestelde Engelse en Bosnische versies.

 

Uit: Lexicon 90

[De auteur in zijn nineties:]

eh (1981) begon met het spelen met Koude Oorlogpropaganda (o.a. G.I. Joe) en had dat pas aan het eind van het decennium door.