Erik Spinoy

Published: 17/01/2010

Tags: debate

Erik Spinoy reageert op een stuk van Frank Hellemans (Knack) over literatuurkritiek online en daarbuiten

 

Een vreemd betoog, dat van Frank Hellemans in Knack (13 januari 2010). Recente online-initiatieven voor de literaire kritiek, en meer in het bijzonder de vorig jaar gelanceerde site De Reactor, zorgen volgens Hellemans voor een regressie van die kritiek in community’s, die ‘verdacht veel [lijken] op de elitaire aristocratisch-burgerlijke koffiehuizen van eertijds’.

Hoe hebben we het nu? Is het niet zo dat initiatieven als De Reactor de toegang tot literaire besprekingen die ze publiceren juist sterk vergemakkelijken? Al wie over een internetaansluiting beschikt, heeft er gratis toegang toe en kan er desgewenst ook op reageren. Kan het minder elitair en aristocratisch? Is hiermee niet voldaan aan wat Hellemans noemt: de ‘kernwaarde van elke moderne democratie – de mogelijkheid van een rationeel debat in een sfeer van openbaarheid waaraan idealiter iedereen kan participeren’? Volgens Hellemans dus niet: écht democratisch zijn dergelijke initiatieven alleen als ze ook een ‘printpoot’ hebben, want alleen zo wordt een voldoende groot aantal lezers naar het internet doorverwezen.

Het lijkt er daarmee sterk op dat Hellemans de fundamentele crisis waarin de ‘printmedia’ vandaag al verkeren onderschat of verdringt – en bijgevolg de afhankelijkheid van het internet ten aanzien van het gedrukte woord overschat. We gaan, zoals hij aan het eind van zijn stuk ook schoorvoetend toegeeft, op de middellange termijn allemaal naar het internet en naar het scherm, en dat zal ten koste gaan van de gedrukte media en trouwens ook van de klassieke audiovisuele media. Die zullen niet verdwijnen, maar zeer ingrijpend veranderen.

‘Printmedia’ zijn een historisch fenomeen als een ander, en daarin goed vergelijkbaar met de stoomlocomotief, de grammofoonplaat, de varkenslederen godemiché en de straatverlichting op stadsgas. En jawel, de ‘printmedia’ hebben historisch een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het democratische debat, maar ook dat democratische debat is permanent aan veranderingen onderhevig. Dat is nu eenmaal wat men onder ‘geschiedenis’ verstaat.

In één opzicht ben ik het met Hellemans eens: er bestaat een gevaar dat het democratische debat atomiseert. Democratie is ondenkbaar zonder een universele horizon. En dat veronderstelt een waarachtige publieke ruimte, en geen conglomeraat van thuislanden, waarin ieder zich in het comfort van zijn eigen apartheid heeft teruggetrokken.

Alleen ben ik aanzienlijk minder pessimistisch dan Hellemans. Ik ben geen Alvin Toffler, maar ik geloof dat er, ook voor de literatuur, al op redelijk korte termijn sites zullen ontstaan die als referentie fungeren in ‘het’ debat en daarmee de plaats innemen van wat in voorbije eeuwen en decennia nog in de gedrukte media moest worden gezocht. Zo heeft, geloof ik, De Reactor de nodige kwaliteiten om zo’n referentie te worden.

De status van referentie in een bepaald domein is vluchtig en mobiel. In de jaren 1980 was de boekenbijlage van De Morgen zo’n referentie in de Vlaamse letteren (dankzij Herman de Coninck), in de jaren 1990 kon men zijn heil zoeken in de Standaard der Letteren (onder de kundige leiding van Mark Schaevers). Sindsdien is er in de Vlaamse (en ook Nederlandse) ‘printmedia’ echter steeds minder te beleven wanneer het over literatuur gaat. Geen wonder dus dat zich (hier en in vele buitenlanden) op het internet veelsoortige grassroots initiatieven voordoen, en dat die vaak van geëngageerde intellectuelen komen die in ‘de bladen’ niet langer aan het woord worden gelaten. Ironisch genoeg ontstaan die initiatieven juist omdat, net zoals dat volgens Hellemans in de pionierstijden van de ‘printpers’ het geval was, ‘de noodzaak werd aangevoeld om [de] debatten op een hoger, ruimer plan te tillen.’ Omdat er, preciezer gezegd, in de gedrukte pers al jaren nauwelijks nog sprake is van een literair debat.

Niets belet de printmedia, en in het bijzonder dus Knack, om constructief mee te werken aan de ontwikkeling van zo’n nieuwe referentie, bijvoorbeeld door geregeld of zelfs systematisch te verwijzen naar al het interessante dat op De Reactor te lezen staat of door ermee in debat te gaan. Niets belet, meer in het bijzonder, Frank Hellemans om zelf deel te nemen aan de discussies op De Reactor. Inderdaad: wat houdt hem eigenlijk tegen? Men zou nog gaan denken dat hij zich voornaam onthoudt omdat hij De Reactor anders niet langer als een site voor ‘gelijkgestemden’ – voor ‘Slimme jongens onder elkaar’ (zoals de fijnzinnig inflammatoire titel van zijn stuk luidt) – kan afdoen. Men zou hem haast verdenken van het opzetten van een beschadigingsoperatie, die een als concurrent gepercipieerde Reactor de pas moet afsnijden.

UPDATE: Lees ook de in Knack nr. 3 gepubliceerde lezersbrieven van Piet Joostens en Matthijs de Ridder op De Reactor.